Het Zangatelier

Copyright © Het zangatelier. Ontwikkeld door p.luttikhuis. Webmaster: info@zangatelier.nl

Ademsteun - mijn visie

 

 

Zangers ondervinden dat het ademsysteem  zoals we het in het dagelijks leven toepassen, tekortschiet  bij het zingen. Ze kunnen er namelijk geen muzikale lijn mee uitzingen. Voor het zingen is dus een uitgebalanceerder systeem nodig, dat is de ademsteun. De vragen en twijfels van zangers in mijn praktijk gaan over hoe dit systeem werkt.

 

In de praktijk kom ik grofweg twee uitersten tegen:

1. ademsteun wordt eigenlijk niet toegepast. De zanger zingt alleen op ontspanning en laat de adem uitstromen zoals in het dagelijks leven. Het lichaam sluit mee op de uitademing. Deze zanger kan niet lang met zijn adem, de klank is vlak en mist vitaliteit.

 

 

2. ademsteun wordt vertaald in het geforceerd openhouden van het lichaam. Spieren worden vastgezet, de adem kan niet meer stromen en de klank klinkt strak en gespannen.

 

Er is echter nog een andere manier om het lichaam open te leren houden, en deze gaat uit van de rekmogelijkheid van de middenrifspier, en de elasticiteit van het hele lichaam (= de klankkast).

Bij de inademing trekt het middenrif een beetje samen, en plat af, zodat de longen zich kunnen vullen. Belangrijk hierbij is dat het middenrif doorveert en losblijft, en dat de inademing niet voelt als een ‘stop’. Bij de normale uitademing veert de middenrifspier hierna terug in zijn hoge, koepelvormige ‘rust’stand.

 

Het is mogelijk dit tegen te gaan door  het middenrif, omdat het een spier is, te rekken en hierin losjes door te veren en te hangen. (Vergelijk dit met een skippybal  die je zachtjes met je hand kunt induwen.) Hiervoor kantel je het bekken licht naar je toe, zonder bekkenbodemspieren of bilspieren aan te spannen. Ter hoogte van het heiligbeen, waar het middenrif in de rug zit aangehecht, wordt het middenrif iet langer gerekt. Heel belangrijk hierbij is om het andere aanhechtingspunt van het middenrif (aan de voorkant, net onder je borstbeentje), niet los te laten schieten. Dit gebeurt, als je je bekken licht kantelt, maar de ribbenkast  laat inzakken. Dan kantel je  wel je bekken, maar rekt er niets.

 

Door het middenrif op deze manier in te zetten, leg je de ruimtes in je hele lichaam, van top tot teen, een beetje meer open van binnen. Dit heet inner stretch. Het zal duidelijk zijn dat een goede houding hierbij een voorwaarde is. Je klankkast opent zich dus nog een beetje  meer dan tijdens de inademing, maar zet zich hierin niet vast.

 

Wat gebeurt er met de adem?

De adem ondervindt een weerstand van het middenrif, en hierdoor kan hij niet meer onbelemmerd via de mond weg. Maar hij  krijgt hierdoor ook een richting en verbinding met de klankkast.

 

Doordat het middenrif tijdens het zingen altijd (meer of minder) lager gepositioneerd is, komt de adem,  als tegenreactie, hoger  en als er geen blokkades zijn in het lichaam, stroomt de adem in een soort verticale  baan van boven naar beneden en van beneden naar boven.  Adem en middenrif zoeken voortdurend balans, en deze verandert bij  iedere toonhoogte en dynamiek. De inner stretch van het lichaam is dus geen statisch gegeven,  maar verandert voortdurend. Is de toon bijvoorbeeld hoog, dan is het middenrif relatief diep, de adem hoog en is de inner stretch  van het lichaam groot.  Is je volgende toon lager, dan wordt alles een beetje minder.

Ademsteun is dus een steeds veranderend en elastisch systeem, waaraan de zangstem  zich koppelt.

 

Is ademsteun te leren?

Ja, ademsteun is beslist te leren. Je kunt het leren voelen in je lichaam en  ook aan de klank leren horen. Ademsteun is een natuurlijk systeem, en we passen het onbewust vaak toe, bijvoorbeeld als we hard lachen of schreeuwen.  Als een hond blaft of als een baby huilt, kunnen ze dit heel lang vol houden zonder stemproblemen te krijgen.

 

Bij het zingen is het echter lastiger, omdat het hier niet om  afzonderlijke,  losse ‘acties’ gaat, zoals bij huilen. Tijdens het zingen moeten de adem doorstromen om  de muzikale lijn te houden en legato te kunnen zingen, terwijl  de adem en  het middenrif  ondertussen  steeds samen veranderen. Het is een delicaat systeem van  meegeven en voortdurend bijstellen.  Dat vraagt goede zorg en begeleiding.

James Pearson: Breath on the mountain